Basispremie & conditionaliteiten

Basispremie en conditionaliteiten

Basispremie

  • De basisbetalingsregeling (BBR) is ong. € 371,- inclusief 30% voor vergroenen. In het nieuwe GLB wordt de basispremie verlaagd naar ong. € 220,- per hectare. Deze kan worden aangevuld met de ecoregeling.
  • U krijgt de basispremie per hectare subsidiabele grond). Er zijn per 2023 geen betalingsrechten meer.
  • Landschapselementen, waaronder sloten, worden subsidiabel.
  • U hoeft geen actieve landbouwer meer te zijn als uw uitbetaling lager is dan € 5000.
  • Bent u een kleine grondbezitter van enkele hectares, dan hoeft u niet te voldoen aan de basisvoorwaarden om deel te kunnen nemen aan de ANLb.
  • U krijgt voor de eerste 40 hectare van uw subsidiabele grond een extra betaling van ongeveer € 54 per hectare.

Conditionaliteiten

Om voor de basispremie, de ecoregeling én het ANLb in aanmerking te komen, moet u aan bepaalde basisvoorwaarden voldoen; dat zijn de zogenaamde 9 conditionaliteiten. Sommige conditionaliteiten bestonden al, anderen zijn nieuw. Conditionaliteit 4, 7 en 8 zullen op Drentse agrariërs de meeste invloed hebben. Dat zijn: bufferstroken langs waterlopen (4), gewasrotatie op bouwland (7) en 4% niet-productief areaal (8).

  1. Oppervlakte blijvend grasland gelijk houden

Blijvend grasland houdt koolstof vast. Hiermee voorkomt u CO2-uitstoot. Deze maatregel geldt op landelijk niveau. Tot en met 2027 mag het percentage blijvend grasland in Nederland niet meer dan 5% dalen (referentiejaar 2018). Als er sprake is van een te grote daling zullen er extra maatregelen worden opgelegd, zoals een omzetverbod of herstelplicht.

  1. Veenweiden en wetlands beschermen

Kooldioxide en nutriënten blijven in de bodem, als veen niet in contact komt met de buitenlucht. Daarom is het van belang dat het veen nat blijft. Bedrijven op veengronden tot circa 1 m boven NAP mogen niet afwijken van het vastgestelde waterpeil in hun gebied.

  1. Stoppels niet verbranden

  2. Verbrede bufferstroken langs waterlopen

Met bufferstroken waarop geen nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden, draagt u bij aan de kwaliteit van het oppervlaktewater. U heeft een bufferstrook van 5 meter breed langs ecologisch kwetsbare waterlopen en waterlichamen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW). Langs andere watervoerende sloten is uw bufferstrook 2 meter breed. Deze breedtes sluiten aan bij het 7e NAP. Een bufferstrook hoeft nooit groter dan 5% van het perceel te zijn.

  1. Erosie tegengaan

  2. Bodem minimaal bedekken

Een minimale bodembedekking beschermt de bodem en zorgt dat nutriënten in de bodem blijven. Op niet productieve percelen zaait u een groenbemester in tussen 31 mei en 31 augustus. U mag de bodem ook bedekken met gewasresten of ruige stalmest. Voor biologische landkomt komt er mogelijk een vrijstelling voor deze conditionaliteit.

  1. Gewassen op bouwland roteren

Gewasrotatie bevordert de bodemgezondheid, voorkomt ziektes en verbetert de structuur. Op al uw bouwpercelen teelt u ieder jaar een ander gewas als hoofdteelt. Een volgteelt na hoofdteelt geldt ook als gewasrotatie. Op zandgrond is het verplicht ook eens per 4 jaar een rustgewas (zoals graan) als hoofdteelt te telen. Dus in 2023 staat een ander gewas op het land dan in 2022. Gebruikt u meer dan 75% van uw bouwland voor grassen, kruidachtige voedergewassen, braak en/of vlinderbloemige gewassen? Dan hoeft u zich niet aan deze conditionaliteit te houden. Dit geldt ook als meer dan 75% van uw subsidiabele landbouwgrond blijvend grasland is of gebruikt wordt voor gewassen die onder water staan.

  1. 4% van uw bouwland niet-productief laten

Op niet-productieve bouwland ontstaan leefgebieden voor dieren en planten. Dit verbetert de biodiversiteit. Minimaal 4% van uw bouwland is niet-productief. Het niet-productieve deel kunt u invullen met landschapselementen, zoals sloten, houtwallen, bomenrijen of akkerranden. U kunt er ook voor kiezen om 7% van uw bouwland niet-productief te laten. 3% kunt u binnen de eco-regeling dan invullen met niet-productieve maatregelen. Of met stikstofbindende gewassen zonder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

Gebruikt u meer dan 75% van uw bouwland voor grassen, kruidachtige voedergewassen, braak en/of vlinderbloemige gewassen? Dan hoeft u zich niet aan deze conditionaliteit te houden. Dit geldt ook als meer dan 75% van uw subsidiabele landbouwgrond blijvend grasland is of gebruikt wordt voor gewassen die onder water staan. Ook SKAL-bedrijven tot 10 ha zijn vrijgesteld van deze conditionaliteit.

  1. Ecologisch kwetsbaar blijvend grasland beschermen

Blijvend grasland houdt koolstof vast. Hiermee voorkomt u CO2-uitstoot. U mag ecologisch kwetsbaar blijvend grasland niet ploegen en omzetten. Dit grasland ligt vooral in Natura 2000-gebieden.